Bergen aan zee

Alex staart naar de grond. Zijn rug gekromd. Zijn dunne, grijze haar plakt aan zijn schedel. Hij schuifelt al uren door de tuin. Er is geen houding meer die geen pijn doet, maar hij gaat door. De monotone herrie dringt niet tot hem door. Het enige wat hij opmerkt is het langzaam verdwijnen van stukjes grijsgroene en gele korstmos. Hij kan niet ontsnappen aan de gedachte dat die dingen misschien wel een mensenleven erover gedaan hebben zich over de tegels en betonnen plantenbakranden te verspreiden en nu in een oogwenk weggevaagd worden. Als alle verharding is gedaan zal hij zich richten op de spinnenwebben onder de dakgoot van het schuurtje.

**

Hoe zal ik het zeggen? Ik had meer vrolijkheid verwacht. Van die moderne kleuren die je zelf nooit zou uitkiezen, maar die je direct in de vakantiestemming brengen. Zo’n enorme vaas van gekleurd glas en ondergaande zonnen aan de muur. Ik ben niet teleurgesteld, hoor. Nee, het is hier prima, maar het is wel allemaal een beetje saai. Een grenen salontafel, een bijpassend dressoir en heel veel beige. Maar wat wel een opmerkelijk detail is: op de schoorsteenmantel staat een klassieke Duitse klok, zo eentje als ik vroeger ook nog heb gehad.

**

De eerste zonnestralen van de dag vielen precies op de veranda waar ik de tafel had gedekt voor ons ontbijt. Jam, beschuit, koffie en een eitje. Uit het bos bereikte ons een symfonie van vogelgezang. Alex veegde kruimels van de wandelkaart die hij aandachtig bestudeerde. Hij kreeg door dat ik naar hem keek en gaf me een dikke knipoog. Wat een begin van de dag, wat een begin van de vakantie! Hij wees naar een kronkelende stippellijn. Dat zou onze eerste wandeling door de bergen worden, en wat voor eentje! 
Na enkele haarspeldbochten bereikten we een klein, onverhard parkeerterrein. We stapten uit de auto en keken omhoog. Door de bomen kon ik de top van onze berg niet zien, maar wel die van de naastgelegen reuzen. Het leken mij onbereikbare, mythische oorden, onmogelijk om op eigen kracht te bereiken. Maar het lukte ons wel degelijk. Frisse, ijle berglucht en een onvergetelijk uitzicht gaven me kippenvel.
Onbewolkt. Zesentwintig graden. 

**

De fauteuil heeft een stevige zitting, ik mis alleen een poefje voor mijn voeten. Ik zit hier naar verluidt in een schitterende omgeving, vergis je niet. Ik heb het gastenboek erbij gepakt en geniet van het wisselende landschap door de ogen van vreemden. Ik mag dan even moeite hebben met opstaan en lopen, met mijn bovenkamer is niets aan de hand. Ik ruik de dennennaalden en proef de berglucht.

**

We drentelden door de geschiedenis. Onze schaduwen gleden over lichtgele huizen. Overal was klassieke muziek. Na een korte, maar zeer steile beklimming kwamen we bij een klooster en zelfs de begraafplaats was een genot om te bezoeken. Alex is mijn lief, mijn chauffeur en mijn gids, hoewel dit ook voor hem de eerste keer is dat hij in het buitenland is. Zo grappig hoe hij ’s avonds boeken verslindt om mij de volgende dag naar de mooiste plekken te kunnen loodsen. De zon is nu achter de bergwand verdwenen en we heffen ons glas op weer een prachtige dag.
Zonnetje, wolkje. Dertig graden.

**

Wat schrijft deze gaste toch heerlijk. En wat is die Alex een leuke man. Bovendien, wat heb ik het getroffen met deze plek. Watervallen, bergmeertjes, eindeloze duinen en verlaten stranden, wat wil je nog meer? Misschien voel ik me morgen wat beter, dan trek ik er zelf op uit.

**

Ik overdrijf niet als ik zeg dat de dichtstbijzijnde parasol op minstens honderd meter afstand stond van die van ons. We hadden er de zware wandeling door de duinen graag voor over. Ik heb makkelijk praten, Alex trok de bolderkar met onze spullen en op zijn rug droeg hij Bianca. Toen we het strand hadden bereikt, rende hij onvermoeibaar de zee in terwijl ik met de baby achterbleef in de schaduw van de parasol. Met een lange pruik van zeewier op zijn hoofd kwam hij terug. Biancaatje en ik gilden het uit tot er tranen over onze wangen rolden van het lachen.
Strakblauwe hemel. Achtentwintig graden.

**

Ach, de gasten hebben een baby’tje, wat enig. Dat wist ik helemaal niet. Het is mij nog niet gegund. Maar ik heb dan ook nog geen aardige man zoals Alex. Ik heb helemaal geen man, nooit gehad. Is het gemeen om een beetje jaloers te zijn op deze gaste? Ik ben maar alleen… Het is stil. Ik hoor het tikken van de tijd. Als ik op de klok kijk, zie ik dat het vier uur is. Een gevoel van moedeloosheid overspoelt me, ik kan er niks aan doen. De springverenzitting kraakt als ik probeer op te staan. Ach, help me, help me dan. Ik ben zo alleen. Hemellief, ik huil als een klein kind. Het gastenboek! Och nee toch. Mijn tranen maken de bladzijde nat. Ik probeer ze te deppen, maar maak het alleen maar erger. De letters vervagen. Alles vervaagt.

**

‘Hoe ging het?’ vraagt Alex. Hij staat moeizaam op uit zijn stoel om de waterkoker aan te zetten. Zijn hand schiet naar zijn onderrug en op zijn gezicht verschijnen diepe plooien. 
‘Gaat het, pa? Wat heb je gedaan?’
Hij wijst naar het raam. De achtertuin ligt er op deze prachtige voorjaarsdag nat bij. Een gloednieuwe hogedrukreiniger staat te drogen naast de schuurdeur.
‘Papa,’ klinkt het verwijtend, ‘heb je de hele tuin gedaan?’
Hij haalt zijn schouders op. 
‘Mooi weertje voor,’ mompelt hij terwijl hij naar de keuken loopt. ‘Hoe ging het?’ vraagt hij nogmaals, wetend dat zijn dochter inmiddels achter hem staat. 
‘Goed. Het ging goed.’ Ze kijkt hem aan en leest schuldgevoel en onmacht in zijn blik. Het breekt haar hart. ‘Echt hoor, pa, je moet je niet schuldig voelen. Dit is het beste voor ons allemaal. Ook voor haar.’ 
‘Maar we zijn nog zo jong. Ik bedoel, niet jong, dat weet ik ook wel… Maar toch…’ Hij wijst met beide handen naar de woonkamer van de bungalow en laat zijn armen dan weer vallen. ‘En we zouden hier samen…’ Hij brengt zijn elleboog naar zijn hoofd, zogenaamd om zijn voorhoofd af te vegen. 
Bianca kijkt hem even aan en zegt: ‘We hebben het helaas niet voor het zeggen. Weet je, wees blij dat we het geld hiervoor hebben. Het zal gewoon even moeten wennen. Je weet hoe mooi het daar is en morgen ga jij weer langs. O ja, hoe heet ze van de dagdienst vroeg of je oude fotoalbums of vakantieboeken mee kunt nemen.’

Plaats een reactie